zaterdag 17 mei 2014

17 mei: hoe ik de dag doorbreng in Porthleven



Het is lunchtijd in Porthleven. De beide bewoners, mensen en meeuwen, zijn op zoek naar eten. Overal worden de tafeltjes op de terrasjes aan de haven bezet. De mensen eten een sandwich en, dat is hier standaard, een ale erbij. 

Ik doe mee met deze gewoonte.

De meeuwen om ons heen kijken gulzig toe. Ze krijsen en cirkelen rond. Gelukkig voor hen zijn ook een paar vissers bezig met het schoonmaken van hun bootjes en, te zien aan de hoeveelheid meeuwen, levert dat voor hen nog wel een versnapering op.

De haven is drooggevallen. Op de modderige bodem liggen een zo’n 20 miniscule vissersbootjes. De meesten zijn in blauwe tinten geverfd, een enkeling is rood of geel. De gemiddelde sloep die momenteel in Nederland zo populair is, is groter dan de bootjes die hier voor me liggen. En toch gaan die kerels hiermee de oceaan op. 

Bij hoogtij natuurlijk. 

En als het niet stormt, maar toch.

Porthleven wordt in feite gevormd door haar haven. Hieromheen liggen in concentrische rijen, de huizen, opgestapeld tegen de hoge heuvels aan weerszijden. De huizen dragen originele namen als “seaview” en dergelijke. De winkeltjes rond de haven koketteren met piraten, die hier overigens nooit hebben afgemeerd: daar zorgde de navy wel voor. Aan de andere kant, als je je ogen vernauwd tot een spleetje, zou het haventje ook ergens in de Carribean kunnen liggen: de zon schijnt fel, de lucht is strak blauw, de huisjes zijn wit en op vele plekken staan palmbomen.

Er is verder niet zoveel te doen. De haven, de winkeltjes, de terrasjes en het uitzicht over de oceaan. Het is genoeg voor de mensen die hier komen. Ze keuvelen, ze schuivelen over de kade, ze kijken weemoedig de diepte van de oceaan in. Vervolgens drinken ze een ale.


Het is half twee, het duurt zeker nog 3 uur voordat Anita aan de andere kant van de haven de heuvel zal komen aflopen.

16 mei: van Porthcurno naar Penzance




Om Gondor in te komen, worden Frodo en Sam naar een trap gebracht die onwaarschijnlijk steil de hoogte in gaat. Na vandaag begrijp ik  waar Tolkien dit idee vandaan heeft: hij moet het South West Coast path hebben gelopen. We hebben vandaag meerdere van dergelijke trappen beklommen.

En daar wordt je moe van.

Erg moe.

Maar dan is er vervolgens het uitzicht langs de coves, de kliffen en de enorme oceaan.

En dan geniet je.

De tocht doet toch wel al snel denken aan de reis die de ringdrager moest maken. Zo daalden we op een gegeven ogenblik af en kwamen door een schaduwrijk eikenbos. Dat was overigens voor het eerst dat we door een bos heen werden gevoerd.

Behalve schaduw, hoorden we overal het ruisen van bergbeken die naar de zee stroomden en tot onze verbazing groeiden overal prachtige, witte lelies. Het was alsof we het elfenrijk binnenliepen: een sprookjesachtige ervaring.

Even later kwamen we aan een strand. Deze was volledig bedekt met vrijwel manshoge stenen. We begrepen dat de stormen van afgelopen winter, het pad hier volledig hadden weggeslagen. Een vriendelijke man wees ons waar we het pad weer zouden vinden. Dat werd dus een ingewikkelde balansoefening, springend van steen naar steen.

Weer een ander moment stonden we hoog boven een piepklein vissershaventje. Om de klif heen kwam een vissersbootje, niet groter dan een roeiboot, aanvaren. De visser koerste regelrecht op een betonnen schuine opgang af en liet de boot hierop vastlopen. Vervolgens liet hij de boot door een kabel verder omhoog trekken.

En zo maken we het ene na het andere schouwspel mee.

In weer een ander haventje, vonden we een caféetje. Hier hebben we de Cornish Pastrie uitgeprobeerd. Feitelijk een soort hachee in bladerdeeg. Hij was heerlijk.


In Mousehole, uitgesproken als mauzel, een bijzonder schilderachtig vissershaventje, besloten we dat we genoeg schoonheid hadden gezien voor vandaag. We  hebben de bus naar Penzance genomen.

donderdag 15 mei 2014

15 mei: van Cape Cornwall naar Porthcurno




Het zou een mooie vraag voor een quiz zijn: waarom is Porthcurno wereldberoemd? Er was een tijd, vér voor internet, dat dit onooglijke plaatsje het verbindingscentrum voor het Britse rijk over de hele wereld was?

Nou? Iemand?

Bij dit plaatsje kwamen alle telegraafkabels de oceaan uit en van hieruit was men dus in staat om met alle delen van het Britse wereldrijk te communiceren.

Dat is lang geleden, natuurlijk. Het zenuwcentrum van deze communicatie, is nu een museum. Het plaatsje zelf draait inmiddels vrijwel uitsluitend op haar inkomsten uit het toerisme: hotels, restaurantjes, B&B, ieder huis doet wel iets in deze orde in de toeristenindustrie.

We begonnen echter in Cape Cornwall. Omdat inmiddels alweer ruim honderd jaar bekend is dat deze kaap niet de meest westelijke van Engeland is, is het nu een suffig paar huizen bij elkaar. De kaap zelf is echter bijzonder imposant. We lopen van hieruit naar haar grote concurrent: Lands'end.

The winner takes it all.

Het is een waar spektakel van kermisachtige attracties en wat verdwaasd rondlopende toeristen. Iedereen fotografeert de kaap en draait vervolgens om naar het vermaak. Een enkeling waagt zich aan een wandeling. Wij lopen in ieder geval, nadat we het gedoe waren gepasseerd, alweer snel alleen in het eindeloze landschap van deze kust.

Of je moet die idioot meetellen die, alleen gekleed in een sportbroekje waarop een levensgrote Britse vlag, hardhollend en heel erg zwetend ons achterna kwam hollen. Puffend passeerde hij ons: blijkbaar wilde deze, toch al oudere man, in zijn eentje de naam van het Britse rijk hooghouden.

Ik betwijfel of hem dat op deze manier gaat lukken.

Ongeveer op hetzelfde punt, besloot mijn rechterknie dat het genoeg was geweest. Iedere stap werd een marteling. Gelukkig had Anita paracetamol bij zich, zodat de pijn beheersbaar werd. Het lopen werd er echter niet plezieriger op. Vanavond maar even raad aan Petra vragen want ik zou het doodzonde vinden als ik de wandeling moest opgeven. Voorlopig heb ik de resterende 9 kilometer wel af kunnen maken.

Het is al gezegd: Porthcurno is een verstild plaatsje, in afwachting van de jaarlijkse stroom toeristen. De vogels fluiten, in de verte hoor je het ruizen van de zee en wij kruipen vanavond vroeg in ons warme bed.

woensdag 14 mei 2014

14 mei: van Zennor naar Cornwall Cape.




Omdat de herbergier, de broer van Nico Oudshoorn, had besloten dat een lunch pakket pas ná het ontbijt kon worden gemaakt, konden we pas om 9.45 uit Zennor vertrekken. In onze rugzakken 2 sandwiches met ham en 2 met kaas, bovendien, hij had een gulle bui, kregen we beiden ook nog een zakje zoute chips mee voor onderweg. Het beloofde direct al een mooie dag te worden, ondanks de waarschuwing van een medewandelaar dat de wind “stormy” zou worden.

De zon scheen aan een blauwe hemel en het was vrijwel windstil. Zo zou het de hele dag blijven. Logischerwijs hebben we nu dan ook beiden roodverbrande koppen.

Wat valt er te vertellen over schoonheid? Het was overweldigend, de uitzichten, de rotspartijen, de watervallen, de bloemen en overal het gekwinkeleer van vogels. Verder weg, op zee, zien we grote meeuwen spectaculaire duiken nemen het water in. Hierna blijven ze even drijven om de gevangen vis te verorberen. Verder zien we weinig leven op de oceaan. Er zouden zeehonden moeten zijn, maar die blijven voor ons onzichtbaar. Ook schijnen reuzehaaien, goedmoedige planktonetende monsters van 7 meter lang, vlak voor de kust zwemmen, maar ook die hebben we nog niet gezien. Er blijft echter genoeg om te genieten.

De wandeling van vandaag was zo’n 18 kilometer: in Nederland voor ons een eitje, maar hier, laten we zeggen, een uitdaging. De reisorganisator geeft ook op dat hij verwacht dat we er een uur of 7 over zouden doen….dat is dus iets meer dan 2 kilometer per uur….

Het steeds opnieuw moeten dalen en dan weer stijl omhoog klimmen, dat is niet eens zo vermoeiend. Ook de lengte van de wandeling valt wel mee. Waar je echter doodmoe van wordt is dat je geen enkel moment in balans bent: door de rotsen en stenen, dan weer de zompige veengrond, dreig je constant uit balans te raken. Dát is, wat mij betreft, het meest vermoeiende. De onevrwachte hitte maakt dat we (te) snel door onze watervoorraad heen zijn. Gelukkig vinden we op enig moment een klein museum en bij de kassa verkopen ze: gekoelde drankjes! De blikjes cola en de flesjes water gaan er werkelijk in één keer in: wat een godendranken!

Het laatste stuk voert door een oud mijngebied: de streek is bekend door haar vroegere tinmijnen. Overal wordt gewaarschuwd voor oude schachten en om ons heen staan ruïnes van gebouwen die ooit de mijnen vormden. Het is een wat desolate streek, al die ruïnes en andere restanten van de mijnbouw.

Om een uur of vijf naderden we Cape Cornwall: tot in de 19e eeuw geloofde men dat deze kaap de meest afgelegen kaap van het Engelse eiland was, totdat men eens goed ging meten en Lands’end er met de eer vandoor ging. Het is toch een prachtig gezicht, deze kaap. Vooral omdat hier onze volgende B&B op ons wacht.


En een koud glas bier!

dinsdag 13 mei 2014

Over de macht van Sue in Zennor en een zingende zeemeermin...




"We willen graag een maaltijd gebruiken."

Uiteraard in ons beste Engels.

Het meisje keek op haar klokje en weer naar ons.

"Dat kan pas vanaf 6 uur..."

Het was kwart voor zes. We schikten ons en bestelden vast drinken. We bevonden ons in een echte Engelse pub, dus dat was geen probleem.

Stipt 6 uur nam het meisje onze bestelling in ontvangst en we vroegen of we ook voor de volgende dag een lunchpakket konden bestellen. Ze keek moeilijk. We haasten ons te vermelden dat we door Sue, onze gastvrouw in de B&B hierover waren getipt. Er gleed een zachte glimlach over haar gezicht. Sue? Dan was het okay....we zouden bij het afrekenen onze lunch bestellen.

Het moet gezegd, ondanks de wat primitieve entourage, het eten was in één woord geweldig. De pint donker "mermaid" bier hielp ongetwijfeld mee, maar het eten was gewoon goed en lekker.

Bij het afrekenen stond ik tegenover de eigenaar van de pub: het moet een broer van Nico Oudshoorn zijn geweest, maar deze hield zich beperkt tot het opsommen van de rekening. Ik voegde nog snel toe dat ik ook nog een lunch wilde bestellen en hier fronste hij zijn gezicht. Hij keek op en maakte zich op voor een slechte boodschap, maar het meisje schoof snel naast hem en fluisterde hem iets in het oor. Hij begon te glimlachen en nam ook de bestelling voor de lunch op.

Ik begon me af te vragen wat het verhaal achter de lunch en de naam van Sue was, maar durfde er niet naar te vragen. Wie weet werd de bestelling nog geannuleerd.

De baas maakte me duidelijk dat hij éérst het ontbijt moest afhandelen en dan pas toekwam aan de lunchpakketten: half tien, niet eerder mocht ik mij melden. Ik vond het prima.

We liepen het dorp nog even in. Het bestond uit een 3-tal huizen rond een klein kerkje. We liepen het kerkhof op en genoten van de verweerde stenen. In het kerkje, hadden we ergens gelezen, zou de afbeelding van een zeemeermin zijn. De deur bleek open en we gingen op zoek. Inderdaad, op een oude stoel vonden we de beeltnis van de zeemeermin.

De zeemeermin hoort bij een lokale legende: ergens in een grot, hier aan de kust, zou een zeemeermin wonen. Soms hoor je haar zingen. Het schijnt te helpen dat je eerst een bezoek aan één van de twee pubs hebt afgelegd. Wij hebben haar niet gehoord.

Je hoort overigens toch al weinig: de zee en de wind. Er is geen mobiel netwerk, dus nergens toeristen die spreken in hun smartphone.

We naderden de B&B, deze lag een kwartier klimmen op een heuvel buiten het dorp. Bij de deur begon mijn telefoon te piepen en andere geluiden te produceren: de wifi in het huis werkte....

Dinsdag 13 mei 2014 St. Ives naar Zennor.



Er zijn van die dagen dat ik me een bevoorrecht mens voel.

Vandaag was zo’n dag: de zon scheen, er kwam een heerlijk frisse wind van zee en overal om ons heen bloeiden bloemen. Wij hadden geen andere opgave dan te lopen van St. Ives naar Zennor. Het was het eerste traject dat wij liepen van het South West Coast path. Een Engels lange afstand pad van zo’n 1000 km lang maar waarvan wij een kleine 180 kilometer zullen lopen de komende twee weken.

De wandeling wordt enerzijds aangekondigd als het kortste traject (een kleine 10 kilometer), maar anderzijds ook als een “rollercoaster”. Beiden zijn waar. De afstand tussen St. Ives en Zennor is kort, maar het tussenliggende deel voert langs spectaculaire kliffen waar je soms bovenop en soms weer onderdoor loopt. Het eindeloze klimmen en weer afdalen doet de vergelijking met een rollercoaster eer aan. Bedenk ook dat Engelsen lang niet zo georganiseerd zijn als wij Nederlanders, dus als je ongeveer een richting uit kan lopen, heb je al een pad. Soms moet je over enorme rotsblokken klauteren, soms dwaal je door het gras wat vooruit, maar gelukkig kent dit pad één ijzeren regel: wij moeten de zee aan onze rechterkant houden en dan komt alles uiteindelijk gewoon goed.

Tenminste, als je het pad in onze richting loopt.

St. Ives was vandaag nog een slaperig havenplaatsje. De enorme hoeveelheid souvenirswinkels en galleries doen vermoeden dat het in de zomer een soort “Valkenburg” is, maar daar was nu nog weinig van te merken. In de haven waren de vissersbootjes door het lage tijd, drooggevallen en overal krijsten meeuwen op zoek naar eten. Zennor ligt wat van de kust af. Het is een boerendorpje met een kerk, een begraafplaats hier om heen, drie of vier huizen, twee pubs en twee restaurants.
De B&B in Zennor bleek nog een flink eind bovenop de heuvel te liggen. We werden echter bijzonder hartelijk welkom geheten door Sue en na nog geen 10 minuten draaiden we de hete douche aan. Van buiten klonken vogels, door ons raam kijken we over de landerijen naar zee. Nog even en ze zal als een rode, vurige bal achter de horizon zakken...


We zijn bevoorrechte mensen.

maandag 12 mei 2014

De reis



12 mei.

Vandaag was onze reisdag. We vertrokken om 8.00 uur uit Gouda en waren daardoor (natuurlijk) veel te vroeg in Rotterdam. De trein naar Brussel had ook nog eens vertraging, dus het wachten duurde lang. In Brussel verliep alles weer op rolletjes: je loopt vanaf Brussel Zuid in één keer door naar het platform van Eurostar: de TGV die ons naar Londen ging brengen. Het blijft onvoorstelbaar: in 3 uur zit je vervolgens in hartje Londen. Het moet ook niet langer duren: de stoelen zijn niet berekend op lange Nederlanders, dus toen we Londen binnen reden, wist ik zo langzamerhand niet meer hoe ik moest zitten.
Van Londen Pancreas naar Paddington station, hebben we een taxi genomen. Zo'n echte :). Dat was maar goed ook: de twee stations liggen wel een stukje van elkaar verwijderd.
Van een Engelse trein weet je overigens alleen wanneer deze vertrekt, niet van welk perron. Daarvoor zit je, met alle medereizigers, onder de vertrekborden te wachten totdat het juiste perron wordt weergegeven en vervolgens zet een mensenmassa zich massaal in beweging naar de juiste trein. We vonden gelukkig een uitstekend plekje en hier nestelden we ons voor de rit van ruim 5 uur.
Toen we om 20.40 in Penzance aankwamen, hadden we het treinen dan ook wel gehad, hoe prachtig de rit ook was geweest. Matt, onze reisorganisator, stond al voor het station te wachten. Een vriendelijke man die ons naar St. Ives bracht. Onderwijl vertelde hij dat we vooral een keer pastry moeten eten en clotted cream moesten eten, die zou in Cornwall de allerbeste zijn. Gaan we dus doen.
De kamer in de B&B is klein, maar wat doet dat ertoe: we gaan direct slapen en morgen begint de wandeling.